Over oude busjes en het verbreden van je horizon

Door Pauline Maas werd ik uitgenodigd om een #Blimage te schrijven. Blimage is een samenvoegsel van de woorden blog en image en is bedoeld om mensen in het onderwijs over te halen om wat vaker te bloggen en hun ervaringen te delen. Het idee is in Nederland geïntroduceerd door Frans Droog. Hoe werkt het? Iemand stuurt je een afbeelding  en daagt je uit om hierover een onderwijs-gerelateerde blogpost te schrijven. Het is een leuke en creatieve manier om mensen uit het onderwijs te laten nadenken over hun eigen praktijk en ervaringen en deze te delen met anderen. Inmiddels zijn er al heel wat Blimages geschreven.
2015-07-05-14.57.35

 

 

 

 

 

 

 

Deze foto van een prachtig oud Volkswagenbusje, met roze surfplanken op het dak, ergens op een warm Antilliaans eiland, kreeg ik van Pauline toegestuurd. Pauline heeft de afgelopen twee maanden les gegeven op de Nederlandse Antillen. Een prachtige ervaring  om in een totaal andere omgeving aan de slag te kunnen met jongeren rondom mediawijsheid en programmeren. Wel ontzettend stoer om twee maanden gezin, familie, school, huis en bedrijf achter te laten om je droom na te streven.

Voordat Pauline vertrok naar de Antillen zijn we twee keer samen op reis geweest. Dat had te maken met een interessante klus die ik had gekregen. Een educatieve uitgever vroeg me een rapport te schrijven over de stand van zaken rondom programmeren in het basisonderwijs. Hoe denken leerkrachten erover, welke materialen zijn er beschikbaar, hoe zou je dit aan moeten pakken, wat zouden leerlingen aangeboden moeten krijgen en zo nog wat meer vragen. Ik heb daar een exploratie naar gedaan en mijn bevindingen op papier gezet. De vervolgvraag was of ik eens in het buitenland wilde gaan kijken hoe de stand van zaken daar was. Gekozen werd voor Engeland en Estland omdat in deze beide landen programmeren een verplicht onderdeel is van het curriculum. Pauline bood aan om mee te gaan en zo reisden we in april 2015 naar Tallinn, de hoofdstad van Estland. Op dat moment wist ik weinig over Estland behalve dat het een voormalige Sovjet-republiek was en dat het samen met Letland en Litouwen bij de Baltische staten hoorde. Vooraf heb ik de documentaire van VPRO Tegenlicht bekeken: E-stonia, een land als een start-up

Estland bleek een land van uitersten. Waar je ook was in Tallinn, overal had je goede, gratis, wifi (zonder registratie toegankelijk). Daarentegen bestond het open vervoer voor een groot deel uit oude trolleybussen, vaak met baboesjka’s achter het stuur die geen woord Engels spraken. Pauline en ik hebben scholen bezocht, met de Estse variant van Kennisnet kennis gemaakt, een uitgever van educatieve  filmpjes rondom robotica voor kinderen ontmoet en ontzettend veel nieuwe ervaringen opgedaan. Wist je bijvoorbeeld dat het maandsalaris van een leerkracht in Estland ongeveer 700 euro bedraagt? Dat er geen leerplicht of inspectie is maar dat iedereen naar school gaat omdat het de kans is om naar de universiteit te gaan en het beter te krijgen. Ook is het voor veel Esten het ultieme doel om een keer deel te nemen aan het nationale songfestival op het Songfestivalterrein in Tallinn. Kinderen krijgen daarom op school ook veel lessen op het gebied van muziek en (volks)dans. Een mooie ervaring om met Estse leerkrachten te kunnen praten over het onderwijs in Estland en Nederland en over leren programmeren in het bijzonder. Leren programmeren maakt in Estland inderdaad deel uit van het curriculum. Het is voor scholen echter niet verplicht om het curriculum te volgen.

Een maand later waren Pauline en ik samen in Otterbourne, in de buurt van Southampton in het Verenigd Koninkrijk. Een compleet andere situatie waarbij programmeren inderdaad deel uitmaakte van het curriculum. Waarbij sowieso veel geregeld en min of meer verplicht was binnen het onderwijs. We hebben een aantal lessen Scratch bijgewoond gegeven door een bevlogen vakleerkracht. Een totaal andere situatie dan onze eerdere ervaringen in Estland. Waar men in Estland zei opdrachten zo vrij mogelijk te laten omdat er behoefte was aan verschillende soorten mensen voor verschillende taken, was in Engeland alles vrij strak geregeld.

Dit soort reizen wordt soms naar mijn idee ten onrechte als snoepreis beschouwd. Mij helpt het om mijn horizon te verbreden, om zaken in een breder perspectief te kunnen plaatsen, om het eens anders aan te pakken, om out-of-the-box te kunnen denken. Door mijn werk mag ik regelmatig een kijkje nemen op een school, zowel in Nederland als daarbuiten. Dat ervaar ik als een enorme verrijking. Ik zou het iedere leerkracht gunnen om eens een andere school te bezoeken en zo je horizon te verbreden.

Dank voor je uitnodiging voor #blimage Pauline. Graag wil ik Louis Hilgers, Saskia Veldhuis en Anne-Marie de la Cousine uitdagen om ook een #blimage te schrijven. Hierbij twee inspiratieplaatjes voor jullie. Succes!

Webtips juni – Fijne vakantie!

webtips-zomer-strand-laptop-klein

 

 

 

 

 

In juni is de laatste aflevering van de serie webtips voor Kennisnet gepubliceerd. Vanaf augustus mag ik maandelijks een column verzorgen.

Scholen om van te leren

Recensie is eerder verschenen op ictnieuws.nl

Het kan anders. Lees en leer van scholen met lef.

Omslag-scholen-om-van-te-leren_01

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Je hoort het regelmatig wanneer je met bevlogen onderwijsmensen aan het praten bent. Waarom toetsen we zoveel, klopt het huidige leerstofaanbod nog wel met de maatschappij van nu, ik zou het zo graag anders willen aanpakken. Vaak worden dan bijvoorbeeld de inspectie, directie, tijd of regels als excuses aangevoerd om niet het roer om te gooien. Frans Schouwenburg, strategisch adviseur bij Kennisnet, verzamelde in het boek ‘Scholen om van te leren‘ portretten van schoolleiders en besturen die het aandurfden om het onderwijs opnieuw vorm te geven. Het boek geeft een inkijkje in vier vernieuwende basisscholen en vier scholen voor voortgezet onderwijs met een innovatief onderwijsconcept.

De School in Zandvoort is bijna het hele jaar tijdens kantooruren open, onderwijs en opvang zijn volledig geintegreerd. Basisschool De Verwondering in Lent werkt met Leerpleinen, IPC en fase-onderwijs. Dat laatste houdt in dat de leerlingen niet in jaargroepen werken maar in 16 fases van steeds een half jaar. Lanterna Magica in Amsterdam werkt met units in plaats van klassen. Ook hier is de opvang geïntegreerd. Kinderen bepalen zelf hun leerdoelen aan de hand van een persoonlijk ontwikkelplan en een eigen coach. Basisschool Digitalis in Almere is een O4NT-school ofwel een iPadschool. De school sluit door middel van gepersonaliseerd leren aan bij de behoeften en talenten van de leerlingen. De iPad speelt hierbij een belangrijke rol.

De Nieuwste School is al niet meer zo nieuw. Al in 2005 startte deze scholengemeenschap in Tilburg met hun vernieuwende visie op onderwijs. Verwondering is hier het sleutelwoord. Leerlingen gaan op onderzoek uit binnen thema’s van steeds zes weken. Stedelijk Lyceum Innova in Enschede werkt met gepersonaliseerd leren op basis van keuzevrijheid en zelfstandigheid. De leerlingen krijgen per dag maar een uur instructie, twee vakken en dan ieder een half uur. Het Vathorst College in Amersfoort bestaat ook al 10 jaar. De leerlingen zijn verdeeld over leerhuizen. Het onderwijs wordt vorm gegegeven aan de hand van een aantal thema’s. Vakken worden hierbij zoveel mogelijk samengevoegd. Ten slotte is er Niekée in Roermond, zij staan voor VIB-leren; Vertrouwen, Inspireren en Begeleiden. Daarnaast is er vraaggestuurd en gepersonaliseerd leren. In de ‘Wings‘-lessen geven de leerlingen zelf aan over welke onderwerpen zij meer willen leren.

Scholen om van te leren  van Frans Schouwenburg werd op 27 mei jl. gepresenteerd tijdens een symposium op Basisschool De Verwondering in Lent. Mocht je denken dat je de inzet van technologie een hoofdrol moet geven om een innovatieve school te zijn dan lijkt dat toch een misvatting te zijn. Ict heeft slechts een ondersteunde rol op de meeste vernieuwende scholen. Wel is ict een belangrijk hulpmiddel bij het gepersonaliseerd leren. Adaptieve software helpt je om leerlingen op niveau te volgen en een programma op maat aan te bieden. Goede inzet van adaptieve software zorgt voor een gepersonaliseerd aanbod, inzicht in het leerproces en betekent minder administratie en minder toetsen. Tijdens het symposium kwamen diverse onderwijsvernieuwers aan het woord. Ik was erg onder de indruk van het verhaal van Sjef Drummen van Niekée. Hij is van mening dat de school een samensmelting zou moeten zijn van de Efteling, een marktplaats, Harvard University, een atelier en een boeddhistisch klooster. ‘De toekomst is onzeker, we moeten leerlingen leren om daar mee om te gaan. Voldoende zelfvertrouwen is daarbij heel belangrijk.’ Maar ook van Marjolein Ploegman van De School in Zandvoort die zich afvroeg of we de tijd op school niet efficiënter zouden kunnen inzetten en die een school stichtte die 2500 uur per jaar open is in plaats van 940 uur. Er is geen enkel onderwijskundig argument te noemen om in de zomervakantie zes weken de school te sluiten.

Wat al deze vernieuwers met elkaar gemeen hebben is de kunst om vragen te stellen, de wil om het anders te doen, om kinderen zoveel mogelijk kansen te geven, om te delen en samen te werken. Zaken die veel energie kosten want je moet veel zelf uitvinden maar dat het ook energie oplevert werd duidelijk uit de bevlogen verhalen tijdens die middag en in het boek. Laat je niet leiden door mogelijke bezwaren tegen innovatie, durf onderwijs te herontwerpen en ga het gewoon doen.

‘Scholen om van te leren’ is prachtig vorm gegeven. Een boek wat prettig leest en meteen voor veel inspiratie zorgt. Het boek is gratis te downloaden via Kennisnet (PDF) of als gedrukt exemplaar te bestellen bij de drukker. Een aanrader om je tijdens de zomervakantie eens te verdiepen in hoe het ook anders zou kunnen.

Praktisch aan de slag met de Pro-Bot

Leren programmeren is hot. Er is een groeiende verzameling hard- en software die je hiervoor in kunt zetten. Meer hierover lees je natuurlijk in het boek CodeKlas van Pauline Maas. In het Ontdeklab probeer ik verschillende materialen uit. Voor jongere kinderen hebben we een paar BeeBots. Een vriendelijk robotje in de vorm van een bij. Met behulp van de matten kunnen de leerlingen en jij als leerkracht allerlei opdrachten bedenken voor de BeeBot. Ben je op zoek naar inspiratie voor activiteiten met de BeeBot? Kijk dan eens op de site van OPONOA. Sandra Legters verzamelde hier een groot aantal lesideeën waar je direct mee aan de slag kunt gaan.

01 - BeeBot 03

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Werk je met oudere leerlingen dan zou je ook eens met de Pro-Bot aan de slag kunnen gaan. De Pro-Bot is een soort van uitgebreide BeeBot in de vorm van een stoere raceauto. Hij heeft wat meer knopjes en dus ook meer optie. Bovendien kun je er een stift in doen zodat hij tekeningen maakt van het afgelegde parcours en heeft hij bevestigingspunten voor Knex materialen. Omdat ik zelf nog weinig Nederlandstalig lesmateriaal kon vinden heb ik er een handleiding met een paar opdrachten bij gemaakt. Feedback is welkom.

IMG_8428

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De BeeBot en de Pro-Bot kun je beide bestellen bij ICTleskisten.

Handleiding Pro-Bot  Probot handleiding prodas21 TvZ

Webtips mei – Tour de France

In mei gaan de webtips voor Kennisnet over de start van de Tour de France, Le Grand Depart, in Utrecht.

BESANCON/OYONNAX

 

 

 

 

 

Webtips april – tablets in de klas

tablets_in_de_klas_po_458x258_01

 

 

 

 

 

 

 

In april gingen de webtips voor Kennisnet over het gebruik van tablets in de klas. Omdat in de tekst bij Kennisnet de links niet zijn doorgekomen plaats ik hierbij de hele tekst inclusief de links. Dit is niet de eerste aflevering van de webtips die over het gebruik van tablets in de klas gaat. Het aantal mobiele devices in het basisonderwijs stijgt echter nog steeds en  ik hoor in de praktijk veel vragen van collega’s over de praktische inzet van tablets in de klas. Hierbij dus wat handige tips voor als je met tablets aan de slag gaat in het basisonderwijs.

Een tablet is geen computer

Werken met tablets heeft voordelen. Je bent mobiel, kunt aan de slag met allerlei interessante apps en een tablet is vaak wat voordeliger. Toch goed om je te realiseren dat een tablet niet altijd dezelfde mogelijkheden biedt als een computer of laptop. Een tablet is vaak wat minder krachtig, een extern toetsenbord is handig wanneer je tekst in wilt voeren en je moet vooraf goed bedenken waar je je bestanden gaat opslaan. Ook kun je natuurlijk kiezen voor iPads, Android of Windows tablets. Om een goede keuze te kunnen maken ontwikkelde Kennisnet een checklist mobiele devices.

Apps?

De beste locatie om te gaan zoeken naar educatieve apps is voor mij nog steeds Eduapp. Eduapp is een platform waar je op zoek kunt gaan naar geschikte apps, gericht kunt zoeken, lijsten met apps aan kunt maken en tips en lesideeën krijgt aangereikt van collega’s. Net als bij sociale media kun je gebruikers volgen en bijdragen liken. Mis je een app waar jij enthousiast over bent voeg hem dan toe aan de verzameling door hem te tippen bij de redactie. Eduapp kun je gratis gebruiken maar een betaalde versie biedt meer mogelijkheden. Een andere site om apps te zoeken is het Tabletportaal.

Voor niets gaat de zon op

Veel leerkrachten werken vooral met gratis apps. Toch moet je daarmee opletten want gratis staat vaak synoniem aan lagere kwaliteit, reclame, in-app aankopen, of een ander verdienmodel. Erno Mijland heeft eerder eens in een artikel zeven verdienmodellen van gratis online toepassingen op een rijtje gezet. Goed om eens te lezen en je af te vragen of het niet de moeite waard is om toch een budget aan te vragen voor betaalde apps. Wil je niet je creditcard (of die van de school) aan de tablet koppelen dan zijn er wat alternatieven Voor de iPad kun je natuurlijk werken met een iTunes tegoed. Er zijn ook kaarten voor Google Play maar deze moet je online kopen bijvoorbeeld bij Igiftcards of Playcardgiftcodes. Op Windows tablets kun je gebruik maken van Microsoft Giftcards

Een ander alternatief is een prepaid creditcard. Je betaalt wat voor de kaart en vervolgens zet je er een tegoed op waardoor je minder risico loopt dat iemand misbruik maakt van de creditcard. Mastercard biedt bijvoorbeeld prepaid versies van hun creditcard.

Onderzoek

Afgelopen week was er in de media veel aandacht voor een onderzoek naar het effect van het werken met tablets. uitgevoerd door het Kohnstam Instituut. Uit het onderzoek zou naar voren komen dat de inzet van tablets geen duidelijk positief effect heeft op de motivatie van de leerlingen. Helaas ging het in dit onderzoek slechts om metingen bij vier specifieke apps op een aantal scholen voor basis- en voortgezet onderwijs. Er is in dit onderzoek geen meting gedaan naar leeropbrengsten of didactische keuzes bij het werken met tablets.

Online cursus tablets in de klas

Via de European Schoolnet Academy kun je op dit moment een cursus van vijf modules volgen over het werken met tablets in de klas. Je moet je hiervoor eenmalig registreren bij European Schoolnet. Onderwerpen zijn bijvoorbeeld het creëren van content, flipping the classroom, gepersonaliseerd leren en coöperatieve werkvormen met tablets. De cursus is in het Engels.

CodeKlas

Het is bijna zover. Op 1 april presenteert BoekTweePuntNul trots de nieuwste publicatie CodeKlas. Een boek geschreven door Pauline Maas, met interviews door onderwijsjournaliste Carla Desain en 40 tools beschreven door 40 mensen vanaf de werkvloer. Er is een discussie gaande over of het leren programmeren/coderen of computational thinking zou moeten worden toegevoegd aan het curriculum. In verschillende landen in Europa zoals het Verenigd Koninkrijk, Estland en Bulgarije is dit al het geval. In Scandinavië is de keuze aan de scholen maar moet men wel communiceren of men het in het lesprogramma opneemt of niet. In Nederland lijkt het vakgebied programmeren nog ver verwijderd van het curriculum. Veel leerkrachten hebben het beeld dat leren programmeren moeilijk is, niet nodig is of dat het er weer iets toevoegt aan een toch al overbelast programma.

Wanneer je om je heen kijkt zie je dat de wereld in een snel tempo digitaliseert. Er wordt meer digitaal gelezen, je belastingaangifte moet je digitaal invullen, steeds meer bankkantoren sluiten dus ook je bankzaken moet je vanaf een computer doen en online winkelen neemt toe in populariteit. We kunnen hier van alles van vinden maar feit blijft dat de maatschappij verandert en dat technologie daar een onlosmakelijk deel van uitmaakt. De meeste mensen vinden het belangrijk om deel te blijven nemen aan deze maatschappij. Het onderwijs heeft als taak om kinderen op deelname aan onze samenleving voor te bereiden. Je kunt er dus niet echt omheen.

Is programmeren moeilijk?

Programmeren is niet echt moeilijk. Het is echter wel een precies werkje en er gaat best wat tijd in zitten. Computers en robots kunnen niets uit zichzelf. Elke handeling of reactie wordt eerst door mensen geprogrammeerd. Een fout in het programma betekent een foutieve handeling. Wanneer je op de basisschool gaat starten met het leren programmeren begin je zonder computer, unplugged. Daarna zet je stapjes via concrete materialen zoals de BeeBot naar een visuele programmeertaal als Scratch naar een taal waar het echt om het inkloppen van code gaat zoals bijvoorbeeld Python.

Is het nodig dat alle kinderen leren programmeren?

Het bedrijfsleven heeft behoefte aan goede programmeurs. Momenteel worden deze werkzaamheden regelmatig uitbesteed aan programmeurs in landen als India en Brazilië. Natuurlijk hoeft niet iedereen programmeur te worden. Maar wel iedereen werkt met computers. Het is handig wanneer je een beetje weet hoe bepaalde processen werken zodat je de wereld om je heen beter begrijpt en oplossingen kunt bedenken voor bepaalde problemen. Dit noemen we computational thinking, een Nederlandse term is hier nog niet voor bedacht.

We hebben het al zo druk.

Dat klopt natuurlijk. Het onderwijs heeft een vol programma. Je moet echter niet er vanuit gaan dat er weer iets bijkomt. Leren programmeren kan ook iets anders vervangen of het kan een verwerkingsopdracht bij bepaalde leerdoelen zijn. Door te programmeren oefen je bijvoorbeeld 21st century skills als samenwerken, probleemoplossend handelen en zelfreflectie. Leren programmeren kun je echter inpassen in andere vakgebieden zoals rekenen, techniek of creatieve vakken. Ben je ervan bewust dat leren programmeren niet alleen iets is voor de slimmeriken.

In CodeKlas wordt een start gemaakt met een leerlijn programmeren. De bedoeling is om de discussie rondom dit onderwerp op te starten. Nederland is een kenniseconomie. Wanneer steeds meer van onze buurlanden programmeren opnemen in het curriculum is het op zijn minst handig om eens te verkennen wat de mogelijkheden voor ons onderwijs zijn. CodeKlas hoopt hier een bijdrage aan te leveren. Voor meer informatie www.boektweepuntnul.nl of op onze Facebook-pagina.

Schermafbeelding 2015-03-08 om 22.57.17

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Webtips maart – foto en film in de klas

De webtips voor Kennisnet gaan in de maand maart over foto en film in de klas.

fotografie_in_de_klas_klein